Terug naar hoofdstuk    Naar homepage

De rijksstraatweg van Leeuwarden naar Zwolle

Inleiding (nog te schrijven)

De aanleg van de straatweg

Twee passages uit de dagboeken (1825-1855) van Lieuwe Jans de Jong, geboren in 1798 en boer bij Oldeboorn.


1827 7 October

Er wordt thans dit jaar een straatweg of dus genoemde aardebaan van Leeuwarden op Zwol gelegd, welke nieuwe weg dit jaar van Leeuwarden tot Akkrum moet bestraat zijn, om vervolgens het ander deel te bestraten. Deze dus genoemde aardebaan hebben ik en mijn broeder Uiltje deze dag bezien, van Akkrum tot Irnzum en van daar terug tot Haskerdijken, welke aardebaan een hoogte van palmen boven het zeewater van de vloed 1825 moet zijn en een breedte heeft 30 Vriesche voeten, waarvan de helft of het middengedeelte bestraat moet zijn. Op de meeste plaatzen waar de aarde uit de aan beide zijden der weg gegraven sloten niet toereikend is om de vereischte hoogte te erlangen, graaft men grote en diepe gaten. Op de lage buitenlanden graaft men op een afstand van ongeveer twee Nederlandsche ellen buiten de sloten of grachten aan beide zijden der gezeide weg, gehele streken weg tot verkrijging der vereischte hoogte. Kortom het verbazende wijde der weg, grachten en vergraven streken, alsmede het buitengewoon hoge, het menigvuldig vreemd Zuid-Hollands en Brabantsch werkvolk, de van zoden en ruig riet gebouwde hutten, alles geeft voor den nieuwsgierige beschouwer een menigte van bijzondere gedachten en levert een voor ons zeldzaam gezicht. Voor Vriesland, tot nog toe van straatwegens verstoken, hoe langer hoe meer door water geteisterd, zal het een der beste bronnen van geluk, welvaart en behoud voor deze anders rijke (doch thans, door vele ongelukken en tegenspoeden, die hoogte van welvaart en rijkdom vermindert, verarmde Provincie) hoek van Nederland zijn.

1827 5 December
Dezen dag ben ik de nieuw gevloerde steenweg van Akkrum tot Irnsum gegaan, welke reeds van Leeuwarden tot Akkrum gevloerd, de kanten met een rij groene zoden bezet, met greppels tot afleiding des waters geheel in order was, en tolhekken gemaakt zijn waarvan 4 tusschen Akkrum en Leeuwarden.

De onderstaande passages zijn afkomstig uit de dagboeken (1821-1856) van Doeke Wijgers Hellema, geboren in 1766 en boer te Barrahuis onder Wirdum.


1827 - 5 Maart
Het Gouvernement heeft het besteden van eenen straatweg van Leeuwarden tot Meppel geadverteert; sedeert een paar jaar is hiervan spraak geweest. De besteding zal den 29 dezer maand zijn, en zulks in drie perceelen van Leeuwarden tot Akkrum en wel vooreerst van het leggen van een aarden baan en vervolgens van het aanvoeren van het benoodigde zand.

1827 - 31 Maart
Den 29 bevorens is op het landshuis te Leeuwarden de steenweg openbaar aanbesteed voor 340.000 gulden, nl. de aarden baan, benevens het daarop benoodigde zand en de vloering van hier (Leeuwarden) tot buiten Akkrum, en aangenoomen door Hollanders.

1827 - 16 Mei
Men heeft begonnen ook op Barrahuis langs het Ouddiep, dat nog bevaarbaar is, steen tot de straatweg aan te voeren.

1827 - 24 Mei
Men voert hier op Barrahuis verbazend veel steen tot den straatweg aan; in dezen omtrek heeft men nog geen begin tot de aarden baan gemaakt, veel min zand aangevoerd.

1827 - 31 Mei
Gister is van Rijks en mijns buurmans wegen, het land dat de straatweg door zijn land wegneemt, getauxeerd benevens de vermindering van datzelve land daardoor in waarde.

1827 - 16 Juni
Men dachte bevoorens dat de arbeiders zeer schaars te bekomen zouden zijn, door de menigvuldige aanbestedingen van 's lands werken, zoowel dijkshoogingen als waterkeeringen, ook ten aanzien van de straatweg; maar de inlanders konnen niet tegen de buitenlanders werken zich overal laten vinden, zooals onder andere plaatsen bij de Drie Roomers, alwaar men sedert eenigen tijd een aanvang gemaakt heeft met den aarden baan tot de straatweg, dwars door alle landen regt toe regt aan op Irnsum, het is een verbazend werk en trekt inzonderheid de verwondering aller ingezetenen. Tot hiertoe heeft men in onzen behoor nog geen aanvang met den aarden baan gemaakt. Het zand daartoe benoodigd is ook aanbesteed, hier en daar begint men aan te voeren. De steen voert men nog dagelijks hier op Barrahuis aan, waardoor opvolgende een ontzettende hoeveelheid aangebragt wordt.
 
1827 - 18 Juni
Gister hebben wij den aanvang van den nieuw aan te leggen straatweg op de Drie Roomers gezien, men was al zeer met den aarden baan gevorderd. Het is een verbazend werk, de arbeiders en werklieden zijn over het algemeen vreemden, zoo als wij bevoorens zeiden, men noemt ze Brabanders.

1827 - 2 Augustus
Gedurende deze droogte wordt de hooge dijk tamelijk sterk bereden en is vrij effen, niettegenstaande de baangravers er steeds aan werken en hoogen, de benoodigde aarde en klei graven zij uit de naastgelegene landen, en kuilen derhalve zoo, dat het in geen jaren weder gevuld kan worden; gedurende de droogte kan dit bereden worden en bevestigen hierdoor tevens de opgelegde aarde. De steen, op veele plaatsen langs den dijk opgestapeld, werken zij in smalle strooken zoo veel tot het vloeren benoodigd op de kant langs, bij der hand; ook handelen zij op gelijke wijs met het aangevoerde zand, opdat wanneer de aarden baan klaar is, zij onverlet aanvang konden maken met vloeren; maar deze is op verre na nog niet klaar.

1827 - 9 Augustus
Steeds droog, ook maken de aardenbaanbereiders thans het zandbed tot de straatweg; dit werk is verbazend moeijelijk doordien de dijk wegens de droogte en het gebruik zeer hard en onbruikbaar om te graven is, zij werken dit bed uit met houweelen en andere daar toe dienende gereedschappen. Het zand voeren zij met een zoort van karren met een paard bespannen aan bepaalde en af te meetene hoopen langs den dijk; dewijl zich daartoe een menigte vreemden laten gebruiken, gaat dit werk als spoedig voorwaarts.

1827 - 15 Augustus
Hedenmiddag wierd de erste steen aan de straatweg gelegd tusschen Wijtgaard en Barrahuis. Een der onderopzienders vloerde bij deze gelegentheid ongeveer een elle breedte over de geheele weg, ongeveer in een half uur 500 klinkers verbruikende, naar welk getal te rekenen, deze in staat zoude zijn 12 tot 14.000 steenen in eenen dag te vloeren.

1827 - 9 Oktober
Tot hiertoe droog en aangenaam weder, gedurende deze droogte hebben de straatwerkers zonder eenige verhindering kunnen voortwerken. Het vloeren is van Wijtgaard tot de stad bijkans gedaan, eenige vakken zijn nog open. De zoden, welke zij benoodigd hebben, om de kanten van de straat te overdekken, snijden zij maar ongevraagd uit de naastgelegene landen.

1827 - 31 Oktober
Ten dien gevolge heeft de Heer Gouverneur dezer provincie, gister in de Vriesche Courant doen aankondigen: dat de straatweg van Leeuwarden tot de Drie Roemers op den 1. Nov. aanstaande open voor Rijtuigen zoude zijn om te passeeren en dat nevens Goutum en te Wijtgaard slagboomen zouden geplaatst worden tot het ontvangen van tol. [Op de Rijksstraatwegen werd om de 5 km een tolhek geplaatst met een woning voor de tolgaarder. De tollen dienden om het onderhoud van deze wegen te bekostigen] De straatweg blijft voorlopig voor hoornvee gesloten; het vee moet gedreven worden van Irnsum over Rauwerd, de Dille, Weidum en Ritzumazijl of over Friens, Roordahuizum, Tjaard, Wirdum naar Goutum. Op 1 november is de straatweg geopend en de volgende dag (marktdag) was het verkeer zeer druk.

1827 - 5 November
Het is al iets zonderlings, bevoorens konde men de hooge Dijk omtrent dezen tijd nauwelijks met laarzen gebruiken wegens de drift van vee als anderzins, het was althoos een moeras, thans is het een straat, waarlangs men zoowel te voet as met het rijtuig, zonder een voet morsig te maken, kan reizen; dit geeft gedurende de herfst en het wintersaisoen een gemak, waarvan der vriezen voorvaderen en het tegenwoordig geslagt zich geen denkbeeld konde vormen.

1827 - 18 December
Het is te dezer tijd een lust de straatweg te wandelen, overal is het vuil en modderig, doch zoodra men de straatweg bereikt is het even alsof men in een droog jaarsaisoen verplaatst is, zoo effen en droog, zonder zich in het minste te bevuilen, kan men op zijn gemak dezelve bewandelen. Men merkt door het menigvuldig gebruik der rijtuigen, hoe genaamd geene inspooring of oneffenheden. De aannemers moeten deze werken zeer kundig zijn. Het was anders in een zoo kort tijdbestek onmogelijk zoo voldoende iets daar te stellen.

1828 - 21 April
De aanplant van bomen langs de nieuwe straatweg gaat snel voort.

1828 - 26 April
De overgebleven ruimte wordt tot heden met boomen en ander plantsoen beplant, een menigte arbeiders ziet men dagelijks werkzaam met afgraven, spitten, verbreden, krooden, planten, inkorten en besnoeijen van het geplante. Men laat geen kosten en moeite onbeproefd om deze weg een heerlijk aanzien te geven, en bij het groeijen van het geboomte een Konings weg te doen uitkomen.

1828 - 15 Juni
Verleden vrijdag was het bij dit schoone weder op de markt te Leeuwarden opgepropt vol van menschen zoowel om plaisier als eigen bezigheden. De straatweg werd meer dan ooit bereden, schoon de tollen zwaar zijn, scheen men ditmaal daar voor over te hebben, hoewel eene menigte van Sneek en die Kontrije over de Dille omreden en deze wijs 40 en meer centen bespaarden. Het Gouvernement veilde het bouwen van zeven tolhuizen van Leeuwarden tot Heerenveen.

1828 - 26 September
Niettegenstaande dat het gister en heden Jouster markt ware, en vele menschen wegens het schoone weder derwaarts gereden waren, ontbrak het heden marktdag te Leeuwarden, niet aan een menigte rijtuigen in de stad, ook derwaards langs de straatweg, waardoor de inkomsten der tollen aanmerkelijk zullen zijn en waarlijk door de houders der rijtuigen een groot bezwaar aanbrengt, de schrijver onder anderen reist nogal veel met paard en wagentje om bezigheden naar de stad en kost hem telkens in de heen en terugreis vier stuivers of twintig cents.

1828 - 4 Oktober
Gister marktdag, waardoor veel rijtuigen de straatweg passeerden, op de vraag aan den tolman hoeveel op zulk een dag bij hem ontvangen wierd, gaf deze mij ten antwoord: ongeveer 40 gulden.

1828 - 31 December
Sedert den 25ste zijn er een menigte arbeiders aan de straatweg geweest, om de boomen aan te vullen, welke uitgegaan of door andere oorzaken weggeruimd waren; niettegenstaande de feestdagen en de daarop invallende zondag, wierd er door gewerkt, om volgens aanneming of gedreigde poenaliteit zooals het gerugte zegt, voor nieuwjaar het plantsoen in een schouwbaren staat hersteld te hebben. Het godsdienstige gemeen van alle gezindten alhier heeft zich over dusdanig een doen over de dezerwijs ontheiliging van zon- en feestdagen gergerd en wenschte dat het Gouvernement zoodanige bedrijven strengelijk mogte weeren! Overigens heeft het plantsoen aan de straatweg gedurende het eerste jaar een weergalozen voortgang genomen.

1829 - 4 Augustus
Gister is de zoogenaamde Koningszweep verreden, door het schoone weder passeerden derwaarts langs de straatweg een groote menigte rijtuigen. Niettegenstaande de zware tollen, wordt zulks met den tijd een gewoonte. Het is een heerlijke weg.

1835 - 19 Januari
De deligence welke hier dagelijks met drie paarden bespannen door passeert is thans met vijf paarden bespannen, dewijl de straatweg door de sneeuw en wegens den vorst met een harde korst overdekt is. [De straatweg opende de mogelijkheid tot snellere verbindingen tussen de grote plaatsen. Zo reed er een diligence van Leeuwarden op Zwolle. De ritten hadden plaats volgens een tijdschema, en voor vertragingen viel de onderneming in een boete.]

1836 - 10 Januari
Het plantsoen aan de straatweg heeft een spoedige voortgang genomen, volgens advertentie in de couranten zullen de els en willigen langs de gehele weg bij percheelen worden verkogt om te worden gekapt.

1836- 19 April
De willigen en els zijn thans gekapt voor de eerste maal van de stad tot aan Akkrum, verscheidene baarzen tezamen vereenigd hebben dit houtgewas onlangs voor bijna 500 gulden gekogt. [De takken werden ter plekke gebundeld en verkocht aan de omliggende boeren, die ze met paard en wagen ophaalden]

1840 - 20 Januari
De Oude Schouw [hier wordt het veer bedoeld] is thans verdweenen en heeft heeft voor een draaibrug plaats gemaakt, van tijd tot tijd is het voornemen bij mij ontstaan, om dit zeer aanzienlijk werk, in de maand november 1839 voltooid en tot stand gebragt, eens te aanschouwen. Veelmalen ben ik aldaar met het rijtuig in de schouw, waarin telkens 3 4 rijtuigen konden geborgen worden, overgevaren, en thans rijd men dit veer over; zoo veranderen steeds de ondermaandsche dingen...

1854 - 5 Januari
Gisteren marktdag, dog door de menigvuldige sneeuw op den straatweg was het vervoer van boter en andere goederen onmogelijk geworden. Thans zijn er bij honderden arbeiders bezig om de sneeuw weg te ruimen. Van hier tot Heerenveen heeft alle correspondentie per as opgehouden, de dilligence staat sedert een paar dagen te Wijtgaard, benevens andere goederen aldaar bij den kastelein opgeborgen.

Bronnen: Kroniek van een Friese boer" De aantekeningen van Doeke Wijgers Hellema te Wirdum.

Naar boven
www.irnsum.nl : de website over de dorpshistorie van Jirnsum